Sint Maarten

Praktische informatie:


We vieren het feest op vrijdag 9 november. 
’s Ochtends hollen de kinderen van de klassen 1, 2a, 2b en 3 hun pompoenen of knollen uit en versieren ze mooi. Fijn als je als ouder alvast even een beginnetje maakt. 
De jongere klassen worden geholpen door de kinderen van de oudere klassen. De derde klas werkt zelfstandig. 


We raden voor alle kinderen aan om waar mogelijk een setje gutsen mee te nemen, vorken, mesjes, appelboren en scherp gemaakte lepels. Even merken, zodat het weer netjes mee naar huis kan. 

’s Avonds om 17 uur moeten de kinderen aanwezig zijn op school (behalve klas 4 en 6 – zij moeten eerder komen). 
De klassen 1, 2a, 2b en 3 gaan dan met hun zelf uitgeholde en versierde knollen/pompoenen in optocht en al zingend naar het Hobbeltjesbos. Daar hebben de kinderen van de zesde klas hutten gebouwd en zullen zij lekkers uitdelen aan de jonge klassen.
                                                           
Het zou heel fijn zijn als jullie als ouders mee willen zingen en een haag willen vormen waar zowel de kleuterklassen als de jonge klassen doorheen kunnen lopen met hun lampionnen. 
                                                                   
Ouders zijn daarna welkom in de zaal en de hal om een kopje pompoensoep te eten en kunnen ondertussen genieten van een presentie van de 5e klas over het verhaal van de heilige Maarten. 

Na de lampionnenoptocht is er in de klas voor kinderen en ouders iets te drinken en een verhaal. We verwachten dat u weer naar huis kan rond een uur of 6. Maar leg ons er niet op vast. 
Klas 4 gaat al veel eerder naar de Antoniushof aan de Lange Heul om daar te zingen en het Maartensverhaal uit te spelen

 

 

 

Wat vieren we eigenlijk met Sint Maarten?

 

Sint Maarten werd geboren in 316 in Hongarije. Hij behoorde tot een rijke Romeinse familie. In deze families was het de gewoonte dat jongelingen op jeugdige leeftijd toetraden tot het Romeinse leger. Hun uitrusting was voor de helft het bezit van de Romeinse staat en voor de helft bekostigd door de familie.

Maarten was met zijn decurio op weg naar Amiens. Ze moesten voor de poorten zouden sluiten binnen zijn. Bij de poort trof Maarten een bedelaar in lompen gekleed die verging van de kou. Maarten was toen al van plan om zich tot het Christendom te bekeren, tegen de wil van zijn familie. Hij wilde zijn bezittingen delen met mensen die het minder goed getroffen hadden dan hij. Derhalve had hij zijn geld en bezittingen al grotendeels weggegeven. Hij had dus geen geld om de bedelaar te geven. Zijn mantel kon hij niet geheel schenken, aangezien de helft van de mantel van het Romeinse Rijk was. Daarom schonk hij de helft van zijn mantel aan de arme bedelaar.

’s Nachts verscheen de bedelaar als Christus in een droom aan Maarten en zei hem:”Wat gij aan de bedelaar hebt gedaan hebt gij aan mij gedaan.” Hierop bekeerde Maarten zich tot het Christendom, verliet het leger en sloot zich aan bij de Christenen in het toenmalige Frankrijk.

 

In die tijd vierden Europese heidenen nog het Samhain feest. Dit oogstfeest was het Keltische nieuwjaarsfeest. Het feest was niet vastgesteld op een vaste dag. De datum was afhankelijk van de stand van zon en maan en viel ergens tussen september en december. Men vierde het nieuwjaar. De oogst was binnengehaald. De wijn was in vaten gedaan. Alle voorraden werden in goed schoongemaakte ruimtes klaargezet voor de komende wintertijd. Dieren die de winter niet zouden overleven werden geslacht en geprepareerd (worsten gemaakt, gedroogd en gerookt) en de rest werd met een laatste feestmaal opgegeten. Alle resten van de schoonmaak en oogst werden met grote vreugdevuren verbrand.

Men geloofde dat de sluier tussen het dodenrijk en het rijk der levenden in deze tijd heel dun was en dat men de gestorven voorvaderen kon uitnodigen om geluk te brengen aan het huis en de voorraden voor de winter. Daarom werden de overledenen uitgenodigd met lampjes op de hoek van de straat, bij de deur of aan de dakrand.

Deze gewoontes zien we terug in de vreugdevuren die her en der nog in Nederlandse provincies worden gehouden en aan de lampionnenoptochten rond Sint Maarten. Maar ook het Halloweenfeest dat later door de kerk werd omgezet in allerheiligen en het allerzielenfeest herinnert hier nog aan. Ook het Sint Maartensfeest is eigenlijk een poging van de kerk om de oude heidense gebruiken te ‘kerstenen’.

In de liedjes hoor je nog de verwijzing naar het vaststellen van de datum van het feest:

 

zon en maan en sterren,

zie ik al van verre,

stralen zij hier ver vandaan,

steek ik mijn eigen lichtje aan,

in mijn maanlantaren.

 

Na de officiële start van de winter volgden tweemaal veertig dagen tot aan het Yule feest, midwinter. Men keerde van buiten naar binnen.

Ook in onze tijd zien we nog de gewoontes van weleer. De mensen keren naar binnen, de kaarsjes worden aangestoken, de tuinen worden winterklaar gemaakt en misschien kan een enkeling zich nog wel herinneren hoe vroeger de kleine schoonmaak in de herfst werd gedaan. De zomerkleren worden opgeborgen en de winterkleren van zolder gehaald.

Ook in onszelf kunnen we een kleine opruiming houden. We kunnen ons losmaken van oude dogma’s en principes die ons niet meer dienen en net als Maarten ons eigen pad kiezen,voor onszelf gaan staan. Dood gaat over in nieuw leven wat we kunnen vieren met kerst.